Nieuw literair tijdschrift gewijd aan de ‘graphic novel’
In Nederland lanceert uitgeverij Podium een literair tijdschrift dat zich volledig zal toeleggen op de graphic novel en aanverwante. Het tijdschrift, dat EISNER zal heten, verschijnt vanaf deze herfst driemaal per jaar. De naam van het tijdschrift verwijst naar Will Eisner (1917-2005), die als wegbereider van de graphic novel bekend staat.
EISNER zal telkens de omvang hebben van een kwaliteitspaperback van zowat 72 pagina’s. Er wordt ruimte gemaakt voor autobiografische strips (Craig Thompson, Barbara Stok, Manu Larcenet, Peter Pontiac, Mariane Satrapi), fictie (Chris Ware, Guido van Driel), non-fictie (Joe Sacco), maar ook horror (Charles Burns). Het blad komt onder de hoofdredactie van NRC-striprecensent Ward Wijndelts, bijgestaan door onder meer Jean-Marc van Tol, bekend van de strip Fokke en Sukke. EISNER is van plan “de literaire strip in Nederland een vast en hoogwaardig podium” te bieden. “Hierdoor krijgen jonge en gevestigde tekenaars en scenaristen uit Nederland, Vlaanderen en de rest van de wereld de kans om zich voor een Nederlands publiek te presenteren.”
**Nu de graphic novel steeds meer terrein wint, vind je in de boek- en striphandel sinds gisteren ook het eerste Nederlandstalige tijdschrift dat de betere strip centraal zet. Het blad is genoemd naar auteur Will Eisner, die de term graphic novel groot maakte. Als eerbetoon prijkt zijn hoofd op het eerste nummer. ‘We willen het stripgenre opentrekken’, zegt hoofdredacteur Ward Wijndelts. **
‘Het eerste getekende literaire magazine’, zo wordt Eisner in het officiële persbericht genoemd.
De Vlaamse nieuwbakken uitgeverij Vrijdag en de Nederlandse literaire uitgeverij Podium staan garant voor de publicatie, die drie keer per jaar zal verschijnen. Alle soorten volwassenenstrips komen aan bod, van autobiografisch werk tot fictie, non-fictie en horror.
De hamvraag die stripkenners de jongste jaren in de ban houdt - wat een graphic novel nu precies ís - wordt in het eerste kortverhaaltje van Jean-Marc van Tol, de auteur van Fokke en Sukke, enthousiast in beeld gebracht wanneer hij verschillende auteurs en uitgevers daarover in een café laat brainstormen. “We willen aan een groot publiek laten zien dat strips ook van zichzelf ‘literair’ kunnen zijn”, stelt hij, waarna hoofdredacteur Ward Wijndelts iets te uitbundig de term ‘stripperair’ door het café laat gallen.
In het eerste nummer bijten veertien jonge en gevestigde internationale tekenaars de spits af. De bekendste is wellicht Daniel Clowes (Ghost World), van wie een oud verhaaltje wordt gepubliceerd waarin Clowes de perikelen op de kunstacademie waar hij ooit schoolliep, beschrijft. Wat volgt, zijn verhalen van Nederlanders als Typex, Peter Pontiac en Marcel Ruijters, de Schot Tom Gauld, de Belg Jeroen Janssen of de Amerikaan Milt Gross, van wie een verhaaltje uit 1939 wordt gepubliceerd. Daarin wist hij op één pagina John Steinbecks boek The Grapes of Wrath te bespreken. Voor het tweede nummer ligt al werk klaar van de jonge Vlamingen Brecht Evens en Judith Vanistendael.
Eisner is een vrij nieuw concept op de stripmarkt, legt hoofdredacteur Ward Wijndelts uit, “maar als je toch iets gelijkaardigs wilt zoeken, kom je uit bij Wordt Vervolgd, het maandblad van Casterman dat in de jaren tachtig de betere strip wilde promoten.” Volgens Wijndelts gaat het telkens om afgewerkte verhaaltjes, al is er in dit eerste nummer één uitzondering gemaakt voor een werk van Milan Hulsing. "We hebben lang getwijfeld of we dat wel moesten doen, maar vonden dat we ook wel een kijkje in de keuken van een auteur mochten bieden. Vandaar dat we kozen voor een afgewerkt fragment uit De kleien stad, dat volgend jaar in boekvorm verschijnt. Maar voor het overige vind je dus enkel afgeronde verhalen.
“Wat we zeker niet publiceren, zijn gagstrips. Kinderen zijn niet de doelgroep van Eisner. Wat we wel bieden, is een staalkaart van het stripwerk dat in Nederland en Vlaanderen, en voorlopig in mindere mate daarbuiten, te zien is. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. Op de achterflap vind je een abstract verhaal in sequenties van Greg Shaw, niet meteen een strip in de enge zin van het woord. Nog zoiets: in het blad vind je ook een soort gedicht dat ondersteund is met twee foto’s. Ook dat is niet echt een strip, maar we willen het stripgenre met zulke bijdragen langzaam opentrekken. Misschien valt het tegen, maar het loont de moeite om het te proberen.”
Is-ie inderdaad 72 pagina’s, zoals eerder aangekondigd? Dan is 15 euro een stevige prijs. Desalniettemin: een eerste nummer wil ik wel proberen. Al ben ik een beetje huiverig voor de kreet ‘literaire strips’… Dick Matena alert!
Inderdaad 15 euro voor 72 pagina’s. Die stevige prijs schrikt mij ook wel wat af. Ik zou het wel graag eens in handen hebben en eens kunnen doorbladeren.
Stripverzamelen is meer dan een hobby — het is het bewaren van verhalen die generaties verbinden. Elke strip in je collectie vertelt niet alleen het verhaal van de tekenaar, maar ook jouw eigen verhaal: waar je hem vond, wanneer je hem las, en waarom hij ertoe doet.