Hans Bekker schreef:
Strips en Kunst
Onlangs verscheen van onze eigen Jean Paul in het tijdschrift Kijk een artikel over strips, dat ik met veel belangstelling en instemming heb gelezen. Twee aspecten werden hierbij behandeld:
- De onderwaardering van het medium in Nederland.
- De constatering dat het fenomeen strip allang de kinderschoenen is ontgroeid.
De kernvraag die in de titel van het artikel werd aangegeven, kwam daarbij minder aan bod: - Vormen strips een kunstvorm? Is het medium gelijkwaardig aan bijv. de literatuur of de film?
Ad 1. Als kind heb ik enkele jaren op kostschool doorgebracht en ik kan me nog heel goed een educatief toneelstuk herinneren, waarin nadrukkelijk voor het stripgevaar gewaarschuwd werd. Over dit verschijnsel heb ik met Jean Paul uitgebreid gepraat, maar een goede verklaring kon ik hem ook niet geven. Als mosterd na de maaltijd wil ik wijzen op de inleiding in het album Taal en Teken van Theo van den Boogaard; hierin stellen dr. Ben Cine en Joost den Swarte het volgende:
In 1566 zijn met de Beeldenstorm de plaatjes uit de Nederlandse godshuizen gemept. Het geschreven woord kwam ervoor in de plaats. Hierdoor komt het dat de communicatie door middel van het beeld het stripverhaal- in Nederland slecht is ontwikkeld.
Dat de situatie elders anders kan zijn wil ik op de volgende manier illustreren:
In het album Visioenen van Arzach brengen 50 Amerikaanse stripkunstenaars een ode aan hun Europese collega Moebius. IK citeer uit het voorwoord van de 51e Amerikaan:
Er zijn vijf Amerikaanse kunstvormen die wij zelf hebben gecreëerd. We hebben banjomuziek, we hebben jazz. We hebben de musical zoals we die vandaag aan de dag kennen. We hebben het mysterieverhaal, waar Edgar Allen Poe mee begonnen is. En we hebben strips.
U ziet het; Amerikanen beschouwen strips als een kunstvorm en daarom brengen ze met zijn eenenvijftigen een saluut aan Moebius.
Ad 2. In mijn recensies heb ik vaak gewezen op de ontwikkeling van het beeldverhaal en hoop binnenkort weer enkele strips te bespreken, die de ontplooiing van het medium volledig onderschrijven. Jean Paul wijst o.a. op het feit dat de hele wereld geografisch binnen het gezichtsveld van het beeldverhaal valt; geen land of volk wordt overgeslagen. Ook de onderwerpen zijn complexer dan ooit; ik heb de indruk dat elk genre uit de boekenwereld in de strips is terug te vinden.
Ad 3. Hier zou nu een definitie van het begrip Kunst moeten volgen om, aan de hand daarvan, de eerder gestelde vraag te kunnen beantwoorden. Ik laat dat veilig achterwege en ben van mening, dat het bereik van het begrip Kunst inmiddels zo sterk is uitgebreid, en daardoor zo onduidelijk is geworden, dat de term onbruikbaar is voor een rationele benadering. Momenteel wordt het verschijnsel tijdelijke kunst ook geaccepteerd. Als iemand in een vitrine kruipt, dan zou dat Kunst kunnen zijn en, wanneer hij of zij de vitrine verlaat, houdt deze kunstvorm op te bestaan. Een dergelijk fenomeen maakt een begrijpelijke verhandeling van het begrip kunst een hachelijke onderneming.
Na mijn pensionering ben ik via het uitzendbureau 65+ ongeveer twee keer per week werkzaam bij het Frans Hals Museum. Ik wil niet altijd thuis zitten en voel me bij het museum op mijn plaats. Mijn liefde voor de strip viel in dit milieu al snel op, en zo af en toe stootte ik op een zekere minachting voor het verschijnsel strip. Gelukkig reageert niet iedereen negatief, maar wanneer ik strips als kunst ter sprake probeerde te brengen werd er beleefd ontwijkend gereageerd.
Een van de coryfeeën van het Frans Hals Museum zei het volgende: Kunst is wat de kunstenaar zo noemt. Verder kreeg ik o.a. het volgende te horen: Kunst moet vernieuwend zijn. Kunst is elitair. Strips laten te weinig aan de verbeelding over om kunst te zijn. Strips, dat is alleen maar techniek (daarbij kennelijk doelend op het tekenwerk).
Nog iets wat ik meemaakte en tekenend acht voor het denken over Kunst binnen het Nederlandse museumwezen:
Anton Pieck is een publiekstrekker en daarom wordt er een tentoonstelling aan gewijd, maar het mag geen kunst heten. Begin mei logeerde ik in een hotel in Schotland en zag daar in alle gangen Pieckjes aan de wand hangen. Pieck is zeer geliefd en dus allerminst elitair. Een uitweg voor de organisatoren van de tentoonstelling is het werk van de geliefde tekenaar nadrukkelijk niet kunsthistorisch van belang te noemen, maar slechts cultuurhistorisch.
Op gevaar dat ik op gevoelige tenen trap, moet mij van het hart dat sommige argumenten eerder door snobisme schijnen te zijn ingegeven dan door analytisch vermogen. Het zal duidelijk zijn, dat ik hier vanuit de Nederlandse situatie spreek, want daar wordt immers de strip door de kunstexperts met schuine ogen bekeken.
Ik geloof niet dat het zinvol is hier echt diep op in te gaan. Een filosofische beschouwing kan zo onderuit worden gehaald met de bekende kreet Over smaak valt niet te twisten. Desondanks, er wordt over smaak heel veel getwist.
Ik wil hier alleen wat losse opmerkingen maken, maar wil perse geen doorwrochte studie leveren.
Kunst is de creatie door de mens van een product dat op een andere en unieke manier gewaardeerd wordt dan andere producten. Een product van de architectuur kan als kunst gewaardeerd worden, een product van de vliegtuigbouw kennelijk niet.
Dansen op spitzen heet ballet en is Kunst, gebruik je kunstschaatsen dan heet het sport.
Met het lart pour lart werd de relatie tussen het artistieke en het functionele losgelaten. Willem Kloos: Kunst is de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie. Kunst moet nu wel elitair zijn.
Als kunst elitair is wat moeten we dan met popart (waar die museumexperts juist weg van zijn ), dat een afkorting van popular art is en dus allerminst elitair. De kunstenaars uit die hoek wilden wel degelijk een groot publiek bereiken en putten uit alle voortbrengselen van de massa.
Museumkunst verlangt geen functionaliteit en dat levert een totaal andere kijk op. De bouwkunst, in het Westen vaak de moeder der kunsten genoemd, is in de eerste plaats functioneel en heeft toch geen moeite voor vol te worden aangezien, welk boek over kunst je ook pakt. Degenen die bouwwerken in plastic pakken -een actie zonder enige functionaliteit- komen uit een andere hoek.
Strips vallen buiten het gezichtsveld van de museumkunst omdat het functioneel is en moet zijn.
In Japan beschouwt men het ceremoniële theeschenken als een kunstvorm, waarbij de traditie de kunst bepaalt en er juist niets veranderd mag worden. Vernieuwing is hier uit den boze.
Als het feit dat strips minder aan de verbeelding overlaten als negatief moet worden bestempeld, wat moet men dan met de filmkunst waarbij dit nog minder geval is? Het is trouwens ook iets wat ik bestrijd. Er zijn zeer veel strips waarbij de plaatjes meer suggereren dan werkelijk uitbeelden; als dan ook de tekst tot een minimum beperkt wordt, is er veel verbeelding nodig om het verhaal te kunnen volgen.
Een striptekenaar moet voor mij herkenbaar zijn, zoals je een jazzmusicus direct aan de sound of klankkleur herkent. Na drie tonen weet je of Louis Armstrong of Miles Davis op de trompet blaast. Ik beweer niet dat die herkenbaarheid bepaalt of het om kunst gaat, maar voor mij begint het daar wel een beetje mee.
Ten slotte zou ik willen opmerken dat stripliefhebbers geen boodschap hebben aan de mening van kunstexperts uit de museumwereld c.a.; voor hen blijft het de 9e kunst. Wat dacht u van de stelling Kunst is wat de beschouwer of de liefhebber zo noemt.
Ik wil verder opmerken dat in Wikipedia strips naast de andere kunstvormen als negende worden genoemd.