Met de integrale uitgaves van Johan en Pirrewiet heeft Dupuis 4 prachtige albums neergezet. Een stukje jeugsentiment en een mooie vervanger voor mijn slappe kaftjes die ik rond mijn 8ste levensjaar fysiek stukgelezen heb. Nietjes en soms plakband houden ze nog bij elkaar en waarschijnlijk zal er tussen de pagina’s zich nog wel eens een 40 jaar oud kruimeltje brood bevinden.
Helaas had ik bij het doorlezen van deel 1 al een gevoel van ‘dit klopt niet’. Met de franstalig deel 1 ernaast kwam ik al heel snel tot de conclusie dat Dupuis een paar short-cuts had genomen. Achterkanten van boeken en titelpagina’s ontbraken. Niet zeer onoverkomelijk maar slordig. Deel 2 was van hetzelfde laken en pak, maar bij deel 3 en 4 werden de ommissies heel zuur. Complete extra pagina’s in de dossiers, extra korte verhaaltjes, covertjes: ze ontbreken gewoonweg in de Nederlands uitgaves.
Hier heeft Dupuis (of eigenlijk Ballon Media) zich er heel erg makkelijk van afgemaakt en heeft een redacteur zich niet hard weten te maken voor een ‘echte’ integrale.
Wat zouden die extra pagina’s nu gekost hebben? Per boek 5 euro? Gezien de doelgroep van deze boeken - wat grijzige verzamelaars - hadden die dat er ook gewoon voor over gehad.
Het zou Dupuis tekenen om nog - voor zo’n 15 euro - een extra uitgave te maken onder de titel ‘Johan en Pirrewiet en de verloren pagina’s’ en al het moois van de Franse uitgave ook in het Nederlandstalig taalgebied beschikbaar te maken.
Nu blijf ik met een wat ‘ongemakkelijk’ gevoel naar mijn kast kijken. Het had mooier kunnen zijn!!
I hear ye! Ook voor mij is het weglaten van covers (liefst zonder opdruk), posters, illustraties en andere “goodies” uit integralen, zeker als die wel in de oorspronkelijke uitgaven hebben gestaan, een doorn in het oog en een bron van irritatie. Zo blij als ik ben met de integralen van “Tanguy en Laverdure” en “Roodbaard”, het weglaten van de albumcovers zet wel degelijk een domper op de belevenis, en maken deze uitgaven eerder “pseudo-integralen” ipv echte…
Voor zover ik kan nagaan, zijn de vertaalde integralen van Lombard, zoals die van “Hans”, de beste, hoewel hierbij moet worden opgemerkt dat het jammer is dat opgenomen extra platen in de dossiers niet vertaald zijn door de redactie, hoewel de meeste dat oorspronkelijk wel waren in bladen als ''Kuifje" en “Super Kuifje”…Zoveel moeite zou het toch niet voor de redactie moeten zijn om die oorspronkelijke films uit het archief te vissen?
Ik dacht dat ik de enige was die het weglaten van de covers in de Roodbaards en Tanguy en Laverdure irritant vond. Okay! De meeste zijn niet van de hand van de tekenaars maar die dat wel zijn mogen op z’n minst op A4 formaat afgedrukt worden. Die overige zijn 99% van de gevallen door Yves Thos maar ook die mogen wel op A4.
Ik heb er wel eens iets over gezegd in een stripwinkel maar dan wordt er schouder-optrekkend op gereageerd. Een schrale troost in deze: De Franse tegenhangers zijn niet beter.
Ik heb inmiddels het scherpe van de irritatie van de integrales “Roodbaard” en “Buck Danny” wat verminderd. Voor Roodbaard heb ik alle covers van Hubinon en voor Buck alle weggelaten platen gescand, geprint en op de betreffende plaatsen in de boeken toegevoegd. Maar het blijft toch moeilijk te verwerken dat zo’n (meestal gerenommerde) uitgeverij iets waagt een INTEGRALE te noemen zonder de moeite te nemen ook ALLE covers en bladzijden te gebruiken.
Stripverzamelen is meer dan een hobby — het is het bewaren van verhalen die generaties verbinden. Elke strip in je collectie vertelt niet alleen het verhaal van de tekenaar, maar ook jouw eigen verhaal: waar je hem vond, wanneer je hem las, en waarom hij ertoe doet.